Leestips voor ouders

Elk kind een eigen stijl

Het traject dat kinderen afleggen bij het leren lezen, kan heel verschillend zijn. Sommige kinderen wandelen er fluitend door, andere gaan stapje voor stapje vooruit, nog andere worstelen om die letters en woorden te ontcijferen. Voor elk kind geldt dat thuis regelmatig oefenen echt helpt.
Probeer als ouder te begrijpen hoe moeilijk en vermoeiend dat leren lezen is. Denk je eens in dat je Hebreeuws, Arabisch of Grieks zou moeten leren lezen. Als je je geduld dreigt te verliezen, denk hier dan even aan terug.

Ook het temperament van elk kind is anders. Het ene kind vindt het leuk dat de ouder ernaast zit, het andere kind zoekt een rustig hoekje op met een boek en worstelt zich erdoor. Dit kind mag je absoluut niet storen. Als dit kind een vraag heeft, dan hoor je het wel.
Sommige kinderen lezen heel traag om toch maar zeker geen fouten te maken. Ze verbeteren hun fouten vaak zelf. Die paar foutjes die je kind leest als het dan toch eens probeert om sneller te lezen, kijk die maar even door de vingers.
Andere kinderen proberen sneller te lezen dan ze eigenlijk aankunnen. Ze beginnen te raden en maken de ene na de andere fout. Dan moet je wel het tempo vertragen en eerst werken aan juist lezen.
Of je kind is absoluut geen stilzitter en dan kan je misschien een zoektocht door het hele huis maken. Maak van elk woord twee woordkaartjes en laat je kind de paren zoeken. Zo legt je kind een hele verzameling aan van wat het al allemaal kan lezen.
Misschien wil je kind hetzelfde simpele boekje iedere keer herlezen. Dat is ook oefenen en het is motiverend omdat het steeds vlotter vooruit gaat.
Of kiest jouw kind een boek dat je veel te moeilijk lijkt? Laat je kind het proberen.
En wat als je kind liever stilletjes leest dan hardop samen met jou? Als je weet dat je kind al goed en met weinig fouten leest, laat je kind dan gewoon doen. Dat is een heel goede oefening. Als het een uitvlucht is om maar te doen alsof, dan oefen je uiteraard toch hardop.

Kortom, die ene juiste manier om met je kind samen te lezen, die bestaat niet. Zoek wat het beste past bij jou en bij je kind.

Over lettertypes en die lelijke 8

Toen ons tweede zoontje pas leerde lezen, probeerde hij allerlei borden en wegwijzers te ontcijferen. Op een keer vroeg hij me:

Wat is die lelijke 8?

Niet begrijpend keek ik hem aan. Toen wees hij me op een bordje aan de muur met het opschrift ‘Opgelet’. Die lelijke 8 bleek de letter g te zijn in een ander lettertype.

Kijk welk lettertype wordt gebruikt in de leesmethode op school.

Heeft je kind genoeg aan een snelle uitleg over een verschil in lettertype dat niet zo belangrijk is? Of struikelt je kind hierover en raakt het ervan in de war? In dit laatste geval moet je zeker op het lettertype letten als je een boek voor je kind kiest.

Het is niet zo verwonderlijk dat een beginnende lezer in de war geraakt door die verschillende lettertypes. Het verschil tussen een n en een r is ook maar klein (een verticale streep en een boogje tot beneden bij n en een korter boogje bij r). Je kind heeft net geleerd dat dit verschil wel belangrijk is. En dan zegt iemand dat

net hetzelfde zijn.

Een grafeem is dat een letter?

Je hebt misschien al gemerkt dat je kind sommige letters als groepje leert herkennen.
Vb. oe: niet ‘o’ en ‘e’ maar ‘oe’ klank. Het grafeem oe bestaat uit de letters o en e.
Vb. ch: niet ‘c’ en ‘h’ maar ‘g’-klank, soms wordt ch ook de zachte g genoemd. Het grafeem ch bestaat uit de letters c en h.

Hieronder ga ik toch de term letter gebruiken hoewel grafeem de juiste term is, gewoon omdat het minder complex klinkt.

Lees als ouder de letters voor zoals je kind dat op school leert:
m: niet ‘em’ maar ‘mm’
b: niet ‘bee’ maar ‘b’-klank
z: niet ‘zet’ maar ‘z’ zoals een zoemende bij
s: niet ‘es’ maar ‘s’ als een slang die sist
t: niet ‘tee’ maar heel kort ‘t’-klank

Let op het onderscheid tussen korte en lange klinkers:
a of aa: kort a zoals in ‘kat’ of lang aa zoals in ‘raam’
o of oo: kort o zoals in ‘sok’ of lang oo zoals in ‘boos’
e of ee: kort e zoals in ‘mes’ of lang ee zoals in ‘lees’
u of uu: kort u zoals in ‘bus’ of lang uu zoals in ‘muur’

Sommige klanken kan je langer aanhouden terwijl je over de volgende letter nadenkt en die plak je er dan ineens achter (vb. m, s, v, f, g, r, …).
De klanken b, p, t, d, k zijn altijd kort.

Je hebt misschien al gemerkt dat je kind sommige letters als groepje leert herkennen.
vb. oe: niet ‘o’ en ‘e’ maar ‘oe’-klank
ie: niet ‘i’ en ‘e’ maar ‘ie’-klank
ng: niet ‘n’ en ‘g’ maar ‘ng’-klank
ch: niet ‘c’ en ‘h’ maar ‘g’-klank, ook zachte g genoemd
au: niet ‘a’ en ‘u’ maar ‘au’- klank
eu: niet ‘e’ en ‘u’ maar ‘eu’- klank

Kan je kind een bepaalde klank moeilijk onthouden (vb. eu en ui steeds verwisselen), vraag dan in welk woordje het op school geleerd is. Zeg dat woord nog eens, luister er goed naar en vertrek van die klank die je nu hoort.

Het woord ‘een’ wordt door beginnende lezers gelezen als ‘één’.

Kan jouw kind goed de afzonderlijke letters herkennen of twijfelt jouw kind nog vaak? Als je merkt dat je kind bepaalde letters nog niet goed kan onthouden, controleer dan eerst of die letters op school al aangebracht zijn. Zoek samen met je kind in een boek naar woorden met die letter. Misschien vindt je kind het leuk om die woorden zelf te typen op de computer. Print het af en maak je eigen boek met een leuke tekening erbij. Of mail het door met ‘dit kan ik al’ naar iemand die zeker een mailtje zal terugsturen naar jouw kind.

Je kan ook thuis samen een letterdoos maken met letterkaartjes om te oefenen. Vraag even aan de juf welke letters je kind al allemaal geleerd heeft. Neem een oude schoendoos en maak daarin een gleuf. Dat wordt de ‘dit kan ik al’-brievenbus. De letters die je kind snel en correct kan benoemen, mag je kind in de brievenbus steken. De andere letters sorteer je op een stapeltje ‘weet ik niet’ en ‘ik moet nog lang nadenken’. Oefen regelmatig met deze moeilijke letters. En iedere letter die mee in de brievenbus mag, is weer een stap vooruit.

Voorlezen doet lezen

Enerzijds is er het echte voorlezen voor het leesplezier, anderzijds kan je ook ‘voor-lezen’ voor je kind om voor te doen hoe je leest. Deze laatste manier is om technisch lezen te oefenen, jij als ouder bent een leesmodel voor je kind.

Het echte voorlezen, dat is om er samen van te genieten. De voorlezer leest, het kind luistert, geniet, kijkt naar de prenten en probeert het zich voor te stellen. Een beginnende lezer kan je nu al voorlezen uit een dik boek met weinig illustraties. In de fantasie speelt het verhaal zich misschien af als een film of je kind maakt eigen illustraties in zijn hoofd. Jouw kind komt zo in contact met de rijke boekentaal en wordt taalvaardiger. Die voorleeservaring helpt ook bij het zelf leren lezen. Blijf voorlezen zolang jij en je kind ervan genieten. Voor voorlezen is je kind nooit te oud.

Voor-lezen om voor te doen hoe je leest, is iets heel anders dan het echte voorlezen. ‘Lezen voordoen’ is oefenen. Lees traag zodat je kind kan volgen. Laat je kind het tempo aangeven met de vinger of een leeskaart. Op die manier weet je of je kind echt volgt. Jij als ouder bent een leesmodel voor je kind. Je doet alsof je ook nadenkt over klanken. Sommige klanken kan je langer rekken terwijl je doet alsof je nadenkt over de volgende klank en die plak je er dan ineens achter. Neem je tijd om na te denken en lees echt traag zodat je kind je eens te snel af kan zijn en het woord of de klank voorzegt. Op die manier kan je ook om de beurt een blad lezen of regel per regel. Een kind dat volgt als de ouder op deze manier leest, is ook echt aan het werk. Dit is heel vermoeiend. Belonen met echt voorlezen is dan een leuke afsluiter!

Voorlezen en zelf lezen combineren

Lees ook eens een boekje voor beginnende lezers voor dat je zelf echt fijn vindt. Zo breng je je enthousiasme over op je kind. Lees het voor zoals je een voorleesboek zou voorlezen. Bij beginnende lezers vergt het technisch lezen veel concentratie. Een kind dat nog volop de tekst ontcijfert, kan soms maar weinig aandacht schenken aan de inhoud van wat het leest. Als jij het boek eerst voorleest, is het verhaal al gekend. Je kind kan er meer van genieten terwijl het zich door de letters, woorden, zinnen, pagina’s heen worstelt. En als jouw kind wat competitief is ingesteld, kan je zeggen: ‘Ik denk dat dit boekje nu nog een beetje te moeilijk is maar binnenkort kan je dat zelf lezen.’ Laat het boek in de zetel liggen als je klaar bent met voorlezen. Met een beetje geluk gaat jouw kind nu al de uitdaging aan!

Lees eens voor uit het boek dat je kind zelf aan het lezen is. Vraag eerst wat er tot nu toe in het boek al gebeurd is, zodat je het verhaal kan volgen. Door op die manier interesse te tonen, weet je of je kind begrijpt wat het leest zonder dat je kind het aanvoelt als een test.
Als je kind moeite heeft om met een boek te starten, begin dan met een stukje voorlezen. Als het boeiend genoeg is, gaat je kind misschien zelf verder lezen. Toon interesse en vraag hoe het verhaal verder verliep. Dan weet je of je kind ook begrijpt wat het leest.

Lezen kan overal en altijd

Lezen kan op de schommel, boven op de glijbaan, in je zelfgebouwde kamp met een zaklamp, onder je bed, in de schaduw van een boom, in de wachtkamer, in de zetel, op een voorleesstoel, in een knus leeshoekje, …, of gewoon samen op bed voor het slapen gaan.
Voorzie boeken die je kind gemakkelijk zelf kan nemen als het wil lezen of zich even verveelt. Het leesboek thuis mag wat gemakkelijker of moeilijker zijn dan het niveau aangeboden op school. Kijk naar de noden van jouw kind. Kies een verhalenboek of weetjesboek dat je kind interesseert. Maak van thuis lezen een dagelijkse gewoonte. Dat lukt het best als iedereen het leuk vindt.
Dagelijks 5 of 10 minuutjes lezen is beter dan 1 keer per week een half uur.

Veel leesplezier!

Zin in nog meer leestips? Ik geef hier ook vormingen over.